Praktijkregels

                

Praktijkregels Huisartsenpraktijk Carnegiedreef

 

De hieronder vermelde regels betreffen de huisartspraktijk van:

Dr. F.A.M. van Balen, HP Van Balen

 

  • Behandelingsovereenkomst

Een arts en een patiënt die een behandelingsrelatie aangaan, sluiten juridisch gezien een ‘behandelingsovereenkomst.’ Een overeenkomst heeft als uitgangspunt dat de betrokken partijen de inhoud ervan vrijelijk kunnen bepalen. Ook hoeft niet alles op schrift te worden gesteld. Dit wordt wel aangeduid met de term contractsvrijheid.

Op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) wordt deze contractsvrijheid beperkt door de patiënt onvervreemdbare rechten toe te kennen. Afwijkende afspraken zijn alleen rechtsgeldig als dat in het voordeel van de patiënt is. Voorts kent de WGBO de patiënt rechten toe, die de arts niet heeft. Zo kan een arts niet zomaar een behandelingsovereenkomst beëindigen, terwijl een patiënt dat wel mag.

Een ander belangrijk aspect  van de WGBO betreft de kwaliteit van de zorgverlening. De WGBO benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpverlener voor zijn handelen door hem te verplichten altijd te handelen als goed hulpverlener. Dat kan betekenen dat een arts een verzoek van de patiënt moet afwijzen omdat dit onverenigbaar is met de voor een goed hulpverlener geldende professionele standaard.

  • Rechten en plichten 
  1. De arts licht de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk in over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling en over de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt.
  2. De arts mag de patiënt de onder 1  bedoelde inlichtingen slechts onthouden voor zover het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel voor de patiënt zou opleveren.
  3. Indien de patiënt te kennen heeft gegeven geen inlichtingen te willen ontvangen blijft het verstrekken daarvan achterwege, behoudens voorzover het belang dat de patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor hemzelf of anderen kan voortvloeien.
  4. Voor het verrichten van onderzoek of het instellen van een behandeling is de gerichte toestemming van de patiënt vereist.
  5. Zonder toestemming kan tot het verrichten van onderzoek of het instellen van een behandeling worden overgegaan indien de tijd voor het vragen van toestemming ontbreekt, aangezien onverwijlde uitvoering van de behandeling noodzakelijk is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen.
  6. Toestemming mag worden verondersteld te zijn gegeven indien de desbetreffende verrichting danwel de gevolgen daarvan niet van ingrijpende aard zijn.
  7. De patiënt geeft de arts naar beste weten de inlichtingen en de medewerking die deze redelijkerwijs behoeft voor het uitvoeren van deze overeenkomst.
  8. Indien de patiënt niet bereid is bepaalde adviezen van de arts te volgen, zal hij dit met hem bespreken, althans hem dit mededelen
  9. De arts biedt verantwoorde zorg aan.
  10. De arts neemt bij zijn werkzaamheden de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde standaard aan een arts op grond van zijn beroep en rekening houdend met zijn individuele deskundigheid redelijkerwijze mogen worden gesteld.
  11. Arts en patiënt hebben een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid bij het streven naar een zo groot mogelijke doelmatigheid bij onderzoek en behandeling, met behoud van kwaliteit.
  12. De arts heeft de plicht tot zwijgen ten aanzien van elk geheim waarvan hij weet, of redelijkerwijs moet vermoeden, dat hij uit hoofde van zijn taak of beroep verplicht is het te bewaren.
  13. De arts dringt niet verder door tot de privé-sfeer van de patiënt dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk is.
  14. De arts richt een dossier in met betrekking tot de behandeling van de patiënt. Hij houdt in het dossier aantekening van de gegevens omtrent de gezondheid van de patiënt en te diens aanzien uitgevoerde verrichtingen en neemt andere stukken, bevattende zodanige gegevens, daarin op, een en ander voorzover dit voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk is.
  15. De patiënt moet er kennis van kunnen nemen wat er over hem zal worden doorgegeven en is doorgegeven aan derden
  16. De patiënt draagt zorg voor zijn bereikbaarheid, indien de aard van de behandeling dit vordert.

  

  • De huisartspraktijken kunnen de inschrijvingen van patiënten weigeren indien: 
  1. Indien de professionele verantwoordelijkheid van de arts hem/haar hiertoe weerhoudt
  2. Eerdere ervaringen met de patiënt aanleiding zijn voor het ontbreken van een voldoende vertrouwensbasis voor een behandelingsovereenkomst
  3. De huisartspraktijken gesloten zijn voor nieuwe inschrijvingen, dan wel dat de patiënten, volgens de huisartsen, te ver weg wonen om goede zorg te kunnen leveren.

 

  • De huisartspraktijken kunnen de relatie met een ingeschreven patiënt beëindigen indien: 
  1. Er sprake is van onheus of agressief gedrag van de patiënt jegens de arts of andere medewerkers binnen het centrum. Dit is reden voor directe beëindiging van de behandelrelatie.
  2. De patiënt voortdurend weigert om rekeningen te betalen
  3. Indien de patiënt verhuisd naar een gebied dat zover van de praktijk locatie is gelegen dat de arts niet meer verantwoorde medische zorg kan leveren.

Toelichting beëindiging  relatie huisarts – patiënt

Bij ernstige meningsverschillen over het gedrag van de patiënt of over de wijze waarop de patiënt de behandelingsovereenkomst naleeft, is het van belang dat de arts herhaaldelijk heeft aangedrongen op verandering. De arts maakt daarover schriftelijke afspraken en een aantekening in het dossier. De arts waarschuwt de patiënt dat als het gedrag niet verandert of de plichten niet worden nageleefd, de behandelingsovereenkomst wordt beëindigd. De arts licht de patiënt tijdig in over zijn grond(en) voor beëindiging. De arts werkt zoveel mogelijk mee aan het zoeken naar een andere arts.

 

  • Opzegging behandelrelatie door de patiënt 
  1. Een patiënt kan de behandelingsovereenkomst altijd opzeggen

 

  • Gezamenlijk besluit tot beëindiging behandelrelatie: 
  1. De behandelingsovereenkomst kan te allen tijde met wederzijds goedvinden worden beëindigd.
  2. Een gezamenlijk besluit tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst kan zich voordoen bij ernstige meningsverschillen over de behandeling of behandelmethode. Of als arts en patiënt zich niet kunnen vinden in de voorwaarden voorafgaand aan onderzoek of behandeling.

 

Bovenstaande rechten en plichten komen uit gedragsregels gesteld door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunst. Deze kunt u hier downloaden

De tekst van bovenstaande praktijkregels kunt u hier downloaden